Deze vliegen zijn in aanraking gekomen met sporen van de schimmel Entomophthora muscae. Deze sporen zijn van een speciale, zeer kleverige slijmlaag voorzien en blijven daarom makkelijk aan een nietsvermoedende vlieg plakken.

Eenmaal binnen in de vlieg groeit de schimmel in het vliegenbloed, vermenigvuldigt zich daar snel en bereikt uiteindelijk de hersenen van de vlieg. Daar gekomen grijpt E. muscae de macht en de vlieg krijgt een uitgesproken voorkeur voor hoge, lichte plekken.

Daar eenmaal aangekomen, begint de doodsstrijd. Eerst kleeft de vlieg vast aan het oppervlak en op het moment dat de aanhechting verzekerd is, beginnen de stuiptrekkingen, waarbij zowel poten als vleugels betrokken zijn.

Nu begint de uitgroei van E. muscae.  De sporen worden vervolgens met kracht weggeschoten en belanden in de omgeving van de dode vlieg.

Om infectie van een volgende vlieg te waarborgen, zorgt E. muscae er via de stuiptrekkingen bovendien voor dat de vlieg sterft in een houding, die volgens sommige onderzoekers duidt op sexuele ontvankelijkheid; onweerstaanbaar voor andere vliegen.

Tekstbron: www.natuurinformatie.nl